Vlakbij Den Bosch

2010 april 16
by Mijke Pol

Vrijdag 16 april
Traject: Den Bosch CS – huis ouders
Tijd: 17.42 uur
Vertraging: 3 minuten

Ik zit graag met mensen in een bus die dagelijks aan topografisch niet subliem onderlegden moeten uitleggen waar ze wonen. Het leukst vind ik hen die uit oorden als Schijndel, Vlijmen, Ammerzoden, Vught, Waalwijk en Maasdriel komen en die altijd achter hun woonplaats moeten zeggen: “ Oh, dat is in de buurt van Den Bosch.”

Het is om deze reden dat ik in de Brabantse hoofdstad ook graag in een streekbus stap. Naar Veghel bijvoorbeeld. (“Wat Veghel?” Juist, dat is in de buurt van.) Die lijn zit geheid vol met types die regelmatig moeten uitleggen waar ze hun leven doorbrengen.

Terwijl ik vandaag dus voor de lol in de streekbus stap, vraag ik me sterk af of ik dit alleen vanuit chauvinistische motieven zo leuk vind. Ik denk van wel. Wie zo lang in zo’n prachtige stad heeft gewoond, kan moeilijk niét verliefd op haar worden.

Naast mij zitten twee jongens van een jaar of twintig. Zwarte wollen jassen aan, donkere spijkerbroeken en de haren piekfijn gestyled. Ze dragen een stoere zonnebril en hebben een weekendtas op schoot. Ik vermoed dat het twee studenten zijn die in het weekend naar huis gaan.

“Tjesus kerel, je wil niet weten hoe gaar ik nu ben.” De linkse jongen gaapt eens flink om zijn zin kracht bij te zetten. “Ja, dat vind ik niet gek. Je hebt de hele nacht liggen krikken met…hoe heet ze ook alweer?”

“Roosmarijn! Ja man, die wist van geen ophouden. Na een paar baco’tjes ging die helemaal los. En ik had zoveel gezopen, dat wil je niet horen! Dus middenin moest ik echt keihard kotsen. Zo over de vloer. En Roos ging gewoon door. Interesseerde haar niks. Ja die was ook helemaal straal natuurlijk.”

De jongens lachen hard. “En? Kon ze er wat van?” De rechtse jongen doet zijn jas los. Het is warm in de bus.

“Nou, om heel eerlijk te zijn, was het hoogstens een mager zesje hoor. Ja, hoe zal ik dat nou precies zeggen? Ze heeft de bel horen luiden, maar weet niet precies waar de klepel hangt.”

De twee bulderen. De rechtse jongen slaat goedkeurend met zijn hand op de knie van zijn buurman.

“En jij dan? Toen ik wegging met Roosmarijn was jij nog bij Saar toch?”

“Ja, Saar! Die is mee naar huis gegaan. En ik moet zeggen dat ik er lekker over heen gegaan ben hoor. En vanochtend nog een keer. Want ja, we waren toch allebei wakker en heel veel te praten is er zo vroeg nog niet.”

De rechtse jongen kijkt zijn buurman tevreden aan. “En ze was echt geen mager zesje. Dikke acht. Lekker lijf joh! Ze heeft geturnd vroeger. Dus ook nog eens héél erg lenig.”

De telefoon van de linker gaat.

“Ah, daar zul je ons zes minnetje hebben! Ben benieuwd wat die nou wil. Ha Roosmarijn! Ja, met Evert. Wat? Hoezo troep? Oh, mijn kots bedoel je? Heb ik die dan niet opgeruimd?” Ondertussen trakteert hij de rechter op een dikke knipoog. “Ja, dat ben ik dan helemaal vergeten. Nee, dat kan niet. Je zal het zelf even moeten doen. Waarom? Omdat ik nu in de bus zit. Dat heb ik je toch verteld? Wat? Nee, ik ben op weg naar Schijndel.”

Het blijft even stil.

“Ja, ik snap dat je dat vervelend vindt. Nee, dat is écht niet vlakbij! Het ligt in de buurt van Den Bosch.”

Muis à la carte

2010 april 15
by Mijke Pol

Donderdag 15 april
Traject: Hilversum Noord – Utrecht CS
Tijd: 18.06 uur
Vertraging: 0 minuten

Oké, ik had me nog zo voorgenomen vandaag niet over de La Place te schrijven. Na gisteren was ik het ‘restaurant’ wel een beetje zat. Maar vanavond sta ik er opeens weer. Vriendin A. met wie ik iedere week samen eet, heeft kortingsbonnen. En, toegegeven, daar ben ik gevoelig voor. Dat het onderwerp van mijn blog vervolgens een uitgemaakte zaak is, moge duidelijk zijn.

Vanavond is het koopavond in Utrecht. Een interessant moment om Hoog Catherijne in te duiken. Winkels zijn overgenomen door zestienjarigen die hun breezers op een eerlijke manier verdienen en dames uit de provincie doen lekker een avondje Utrecht. Rondje langs Miss Etam en de WE en dan heel snel naar de V&D. Voor de patat en mixed grill.

Ik sta samen met A. in een lange rij te wachten op de vers te bakken pizza’s. Het is de beste keuze hier, zo weten wij uit ervaring. Het gevaar van rauwe vis en ongaar vlees is bij de andere kookeilanden reëel aanwezig. En dus roddelen we gezellig over de mensen die langs lopen en tien minuten later weer terug komen met nog rode zalm en een glazig kippetje vol met campylobacter.

Wanneer we een half uur later eindelijk ons eten hebben afgerekend, vinden we een plekje achterin. Daar is het lekker rustig. Zo af en toe komt er een vleugje toiletaroma langs drijven. Maar met een beetje fantasie is het net de tonijnpizza van de buurvrouw die we ruiken.

Na de twee voortreffelijke Margaritha’s besluit ik koffie te halen. En dus sta ik even later wederom in een lange rij. De jongen die de koffie moet zetten heeft zes automaten tot zijn beschikking, maar hij lijkt dat feit totaal te negeren. Gebiologeerd staart hij naar het straaltje bruine vocht en de opgeklopte melk die uit het apparaat voor hem komen. Kop voor kop wordt zo tergend langzaam gezet.

De mensen achter mij worden ongeduldig en ik moet toegeven dat ik het ook behoorlijk irritant begin te vinden. Vooral het tempo waarin de jongen schone bekers pakt is van een ergerlijk langzaam niveau. Sloffend moet hij na iedere kop om een grote tafel heen lopen om daar nieuw serviesgoed te pakken. Ondertussen zucht hij goed hoorbaar en kijkt hij verveeld.

Er sluiten zich steeds meer mensen aan, maar de jongen doorbreekt zijn routine van ‘één kopje per vijf minuten’ niet. Even later wordt duidelijk waarom, wanneer een vrouw hem vraagt of hij niet wat meer apparaten kan gebruiken. “Nee, die zijn al schoongemaakt. Dus dat kan niet.” De vrouw vindt het vreemd. De zaak is toch nog een uur open? “Ja, ik weet het ook niet hoor. Wilt u nou nog een cappuccino of niet?”

Nog voordat de vrouw antwoord kan geven, loopt hij weg. En komt niet meer terug.

Ik loop boos naar een caissière en vraag naar de manager. Stiekem vind ik dat best leuk om te doen, want zo’n vraag stel ik niet iedere dag. Het meisje schrikt en stamelt zacht dat die al naar huis is. Goed kattig bijt ik haar toe dat dát wel te merken is.

Ja, ik ben goed in mijn rol.

Terug bij A. heb ik geen koffie. Terwijl ik mijn relaas doe, verstijft ze opeens en staart ze met grote ogen naar een punt schuin achter me. “Daar! Een muis!” Het beestje schrikt en rent snel naar een andere hoek. Een tweede volgt.

Net als ik opnieuw boos naar een medewerker wil lopen, schiet de koffiejongen opeens voorbij. Hij scant de vloer en ziet dan de grijze knaagdiertjes zitten. In zijn rechterhand rust een hamer. Vliegensvlug slaat hij twee keer op de beesten in. Het bloed spettert tegen de witte muur. Trots kijkt hij om zich heen.

A. is verbijsterd. Ik kijk haar aan. “Als hij nou in alles zo snel was, zou het hier stukken beter gaan,” concludeer ik zwartgallig. En een beetje misselijk verlaten we La Place.

Nooit geen geluk

2010 april 14
by Mijke Pol


Woensdag 14 april
Traject: geen
Vertraging: geen
Tijd: 12.34 uur

Ik zal het maar direct toegeven. Mijn werkzame leven lijkt in niets op dat van het gros van de Nederlanders. Ik stap niet dagelijks in een blauwe Volvo, hoef niet 40 uur in een kantoor met gebroken witte lamellen te zitten en ik smeer ’s ochtends geen bammetjes voor de lunch. Nee, ik bezoek nog wel eens een museum, ga op de koffie bij leuke mensen die vaak gebak klaar hebben staan en ik kan na een dag Haags archief nog even naar de zee toe.

En vandaag werk ik thuis. Want dat kan ook.

Terwijl ik vroeg in de ochtend in pyjama achter mijn laptop zit, denk ik even aan u. Vaste bezoekers die mijn blogs veelal de volgende dag lezen, aangezien ik ze ver na uw bedtijd publiceer. Terwijl de hagelslagjes tussen de toetsen van de laptop vallen, glimlacht u dan bij het lezen van mijn treinbelevenissen. En bedenkt u zich vrolijk dat u straks gewoon in de auto kan stappen.

Heerlijk. Fluitend twee uur in de file. Zonder enig ov-leed.

Maar ik begon deze arbeidsmorgen dus gewoon in de huiskamer. Er dienden teksten geschreven te worden voor de website van het geschiedenisprogramma waar ik voor werk. Terwijl ik rustig voort tikte, produceerden vinken en merels de juiste achtergrondmuziek. Rond twaalf uur besloot ik even een broodje buiten de deur te eten. Er kwam geen letter meer op papier, dus ik gokte dat het me goed zou doen.

Twintig minuten later stond ik in de rij bij La Place. Het was er druk. Blijkbaar hadden veel mensen even pauze. Achter mij stonden twee vrouwen. Ik gokte dat ze een jaar of zestig waren. “Oh, wat is het weer druk vandaag.” De meest linkse keek haar buurvrouw aan. Die knikte. “Nou! En we staan ook weer in de verkeerde rij. Dat heb ik nou áltijd. Ik heb nooit geen geluk.” Ha, lekker. Het waren Brabanders. Die doen aan dubbele ontkenningen om hun ongenoegen extra kracht bij te zetten.

Nu sta ik ook regelmatig te wachten op een trage kassajuffrouw of op iemand die de appels heeft vergeten af te wegen. Maar ik vind dat niet erg. Sterker nog, ik vind niets leuker dan lekker lang wachten in een rij. Het gebeurt namelijk altijd dat iemand ongeduldig wordt en opmerkt dat hij nooit in de goede rij staat.

Die zin wordt meestal gevolgd door instemmend gemompel van de andere wachtenden. “Ze doet het ook helemaal niet efficiënt. In plaats dat ze nu eerst de koffie maakt en dan alles afrekent. Nee hoor, vooral alles om en om doen. Dan duurt het lekker lang.” De linkse vrouw zei het goed hard. Het koffiemeisje deed net alsof ze het niet hoorde.

Na vijf minuten opende een extra kassa. “Hè, hè. Dat werd wel eens tijd. Ik dacht het ook ja, dat er eens iemand kwam helpen. Dit is toch niet klantvriendelijk.” Ik was benieuwd hoeveel de vrouw in tien minuten zou kunnen klagen. Tot op heden was ik onder de indruk van haar intens ontevreden toon en de frequentie waarmee ze die deelde met ons.

Eindelijk op het terras zocht ik een tafeltje in de zon. Naast mij gingen de twee vrouwen zitten. Gelukkig hadden ze een groot broodje, waardoor de ontevreden toontjes gesmoord werden door grof volkoren en oude kaas. Ik maakte ondertussen aantekeningen. Van hun gesprek, maar ook voor mijn webteksten. Terwijl ik een slok koffie nam, wist ik opeens hoe ik straks verder moest schrijven. In de tuin, met de laptop op schoot en met mijn boeken uitgespreid op de tafel.

En nog het beste van alles: nooit geen stoorzenders naast me.

Chauffeur in opleiding

2010 april 13
by Mijke Pol

Dinsdag 13 april
Traject: thuis – Utrecht CS
Tijd: 08.47 uur
Vertraging: 0 minuten

Ik tref het deze morgen. Mijn bus wordt gereden door een chauffeur in opleiding. Ik mag daar graag naar kijken. Chauffeurs die het vak nog moeten leren zijn vaak wat zenuwachtige studenten van middelbare leeftijd, die van alles tegelijk moeten kunnen. Rijden, stoppen, optrekken, kaartjes stempelen, geld wisselen, op het stopknopje letten en je snelheid in de gaten houden.

Ik zit met enige regelmaat in een lesbus. Altijd zit er ook een ervaren buscollega in, schuin achter de nieuwe bestuurder. Zo ook deze morgen. Een tanige vrouw neemt de voorste stoel in beslag. Ze is geheel in het zwart gekleed. De stof is hier en daar versierd met een GVU-logo. De afkorting van het Utrechtse busbedrijf.

Ik ga achter haar zitten en heb zicht op haar antracietkleurige sokken. Ook die hebben kleine GVU’tjes. Hoeveel firma’s zouden hun logo zo ver doorvoeren? En opeens ben ik nieuwsgierig naar haar ondergoed. Zou ze ook een GVU-bh en een degelijke witte GVU- onderbroek dragen?

Het zijn vragen waar ik me in de ochtend graag mee bezig houd.

Ze produceert op deze stille morgen een hoop geluid. Het is duidelijk haar taak om aanwijzingen te geven. “Ja, deuren dicht en meteen weer doorrijden! Nee, niet wachten op die man. Moet hij maar op tijd bij het bushokje staan. Hup, gas!” De chauffeur doet braaf wat ze zegt. Een man van een jaar of tachtig al zwaaiende achterlatend.

“Wacht jij nooit even op mensen die aan komen lopen?” vraagt hij voorzichtig. Haar antwoord is helder. “Nee, dan kun je wel bezig blijven. Daar moet je echt niet aan beginnen.”

Wanneer we de stad in rijden, is het druk op de weg. “Let op! Hier is een dertig kilometerzone. Dertig! Niet vijftien!” Maar de chauffeur kan onmogelijk harder. Voor ons zit lijn 4 en die moet net stoppen. “Let er op dat we over vijf minuten op het station moeten zijn.” Dat laatste zegt ze dreigend. Op het voorhoofd van de ongeveer veertigjarige student verschijnen zweetdruppeltjes.

Hoewel ik blij ben met dit vroege entertainment, heb ik toch enig medelijden met de zenuwachtige bestuurder. Zijn docente lacht intussen sarcastisch naar mensen die aan komen rennen. “Ha ha, zie je ze haasten? Deuren dicht houden hoor. Wij moeten ook onze lolletjes hebben.”

Bij het zoveelste rode stoplicht zucht de chauffeur. “Het lijkt wel alsof alles tegen zit,” zegt hij triest. Ik vind het een haast filosofische uitspraak, maar de juf pikt ‘m niet op. “Ja, als er één rood is, zijn ze allemaal rood.” “Nou,” stamelde de man. “Niet altijd, kijk maar: nu gaat hij op groen.” Het blijft even stil.

“Ja, het is óf altijd rood óf altijd groen óf het wisselt. Dat kan ook.” Het zwarte pakje vol logo’s toont graag haar onmetelijke kennis.

Vlak voordat we bij het station zijn, verheft ze haar stem: “Nee, het is nog niet zo lang rood! Gewoon karren. Er komt niks aan!”

De man twijfelt even en drukt dan het gaspedaal in. Terwijl we de parkeerplaats opdraaien, klopt de docent haar pupil moederlijk op de schouders. “Ja jongen, rood is niet altijd rood. Dat moet je nog even leren.”

Maximuscle Cyclone

2010 april 12

Maandag 12 april
Traject: Hilversum CS – Utrecht CS
Tijd: 18.02 uur
Vertraging: 0 minuten

Een van de meest intrigerende winkels in het Utrechtse Hoog Catherijne vind ik De Tuinen. Een soort van drogist annex biowinkel annex apotheek. Ik kom er bijna dagelijks langs op mijn weg naar Albert Heijn. De supermarkt zit helemaal achterin het megalomane gebouw dat in Oost-Europa niet zou misstaan. Op mijn vele tochten naar de grootgrutter word ik meestal vergezeld door lotgenoten. Vrijgezelle types die na een lange werkdag moeten kiezen tussen opwarmstamppot of een maaltijdsalade.

In het TL-licht zien we er allemaal nog zieliger uit dan we eigenlijk al zijn. Langs dichte kledingwinkels en vette happen sloft de eenzame Utrechter naar blokjes kaas en plakjes worst die steevast geproefd kunnen worden.

Als troost.

Maar vandaag sloeg ik opeens af. Voor de Kruidvat en Hema zo naar rechts. De Tuinen in. Ik had plots trek in hazelnoten. Vreemd, want dat heb ik eigenlijk nooit. Terwijl ik door de winkel struinde vroeg ik me zelfs af of ik ooit een zakje gekocht had.

Volgens mij niet.

De nootjes waren echter niet gemakkelijk te vinden. Vooral vandaag niet. Er was een actie. En die nam een groot deel van de winkelpaden in beslag. ‘Slank het voorjaar in!’ zo schreeuwde de publiciteit. De borden gingen vergezeld van superstrakke, blije meisjes en jongetjes. Met enige afgunst keek ik naar de foto’s. Ik vermoedde dat de geportretteerden al lang voor de lente slank waren.

Maar mijn aandacht werd vooral getrokken door een centraal neergezette stelling. Grote zwarte potten sierden de planken. De teksten op de etiketten klonken dreigend. ‘Tribilus Terrestris’ stond er op de bovenste. Vlak daaronder was uitleg te lezen. ‘Plantaardige verhoger van het testosterongehalte voor betere prestaties.’ Een tengere man bekeek de pot aandachtig. Ik ging naast hem staan. Zogenaamd geïnteresseerd in de Precision Engineered Weight and Muscle Gainer met banaansmaak.

De man merkte mij niet op. Hij was nog altijd verdiept in de testosteronpot. Alles op deze plank was voor de halve prijs, dus ik begreep zijn nauwkeurigheid. Mocht dit echt werken, dan was het vandaag toch maar mooi vijftig procent goedkoper. Snel gerekend leverde dat dus zomaar twee voor de prijs van een op.

Ja, ik snapte het wel.

Zelf bekeek ik inmiddels een witte pot met rode vlammen erop. Midden in het vuur stond groot ‘Size up!’, voor het stimuleren van de spiergroei. Het stond naast de ‘Hurricane’, een all in one eitwitsupplement met creatine.

Ik begreep niet zo goed wat ik las, dus liet ik de magere man uiteindelijk maar alleen. In het nootjesvak zag ik dat er geen hazelnoten waren. Het dichtst in de buurt qua uiterlijk kwamen de gechocolateerde rozijnen. Terwijl ik naar de prijs zocht, keek ik plots in het broodmagere, lachende gezicht van het postermeisje.

Ik besloot de chocola te laten liggen en liep richting uitgang. Daar stond de man bij de kassa te wachten. Hij staarde naar een enorme foto op de wand van een zeer gespierde jongeman. In zijn handen hield hij twee enorme witte potten.

Met in koeienletters ‘Maximuscle Cyclone’.

Mijn broek zakt af

2010 april 9
by Mijke Pol


Vrijdag 9 april
Traject: Utrecht CS – Den Bosch CS
Tijd: 17.23 uur
Vertraging: 0 minuten

Dames en heren u bent vies. Sterker nog, u bent ranziger dan ik ooit gedacht had. U heeft een zieke geest en zet die in op internet. Zonder schaamte, want u waant zich onbespied.

En ik zit daar maar mooi mee.

Pol blogt nu zo’n acht weken, maar alleen de eerste dagen huppelde ik nog als een naïeve, vrolijke kleuter door de katholieke kerk. Nietsvermoedend zwaaiend naar u allen en u wuifde beleefd terug.

Dat ging al na week één helemaal anders.

Het duurde niet lang voordat ik ontdekte dat het mogelijk was om te zien hoe mensen op mijn blog belanden. Sommigen bewandelen de gangbare Twitter- en mailpaden en een enkeling typt in Google mijn naam in. (Dank daarvoor. Wanneer ik dat zelf doe, vind ik dat altijd een beetje sneu, maar van u vind ik het bijzonder aardig.)

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de meesten per toeval op mijn site terecht komen. En het is deze groep waar ik vooral de laatste tijd erg vaak over nadenk. Het zijn onbekende websurfers die van alles intypen in een zoekmachine en zo Pol Blogt vinden.

Wat er zoal gegooglet wordt? Dat kan ik dus ook zien.

Zo vindt u het aardig om te zoeken op “in het donkere kantoor, lekker benen wijd”. Voor alle duidelijkheid: die zin heb ik dus nooit zo getypt, maar onafhankelijk van elkaar komen die woorden wel voor in mijn stukjes. Hetzelfde geldt voor “klein meisje 3d bloot aankleden”.

Die laatste zoekopdracht staat overigens in de top tien van meest gebruikte termen. Er net boven komt “pubermeisjes lekker bloot”. En de eerste plek? “Vieze seks met kleine meisjes.”

Mijn broek zakt af. Maar het erge is dat ik weet dat ook deze uitspraak de komende week alweer minstens tien bezoekers extra oplevert. En ik wil niet weten wat die zin doet met de combinaties “lekker bloot” en “hard van achteren”.

Het is me inmiddels duidelijk dat ik er niets tegen kan beginnen. En dus besloot ik vandaag in de trein dat ik u beter zo af en toe tegemoet kan komen. U googlet graag en ik stel toevallige voorbijgangers op prijs.

Lijkt me een win-win situatie.

Dus om te beginnen: ranzige seks hebben met een kleine geit in 3d.

En, om een nog wat groter publiek te bereiken, nogmaals maar dan met een ‘x’: ranzige sex hebben met een kleine geit in 3d.*

* (Aan allen die dankzij deze zin op mijn blog beland zijn: u typt nog altijd ‘sex’, maar dat is dus fout. Als u toch iets met een geit wil doen, doe het dan goed. Gewoon de juiste Nederlandse spelling aanhouden.)

Schoonmaak-Pool

2010 april 8
by Mijke Pol

Donderdag 8 april
Traject: Utrecht CS – Hilversum CS
Tijd: 09.58 uur
Vertraging: 0 minuten

In de treinen naar Hilversum is het nu al weken een vieze bedoening. Tussen de bankjes door loopt wel eens een verdwaalde Pool die de vuilnisbakken leegt, maar er komt geen doekje aan te pas. Deze ochtend moest hij (het is wonderlijke genoeg ook iedere keer dezelfde Oost-Europeaan) daarom flink trekken aan een Spits die vastgeplakt zat aan het kleine tafeltje. En op de vloer lagen deze morgen nog steeds talloze vertrapte paaseitjes.

Terwijl ik het minst vieze bankje uitzocht, deed een blonde man hetzelfde. Hij haalde uit zijn achterzak een tissue, spuugde er even op en wreef toen hard op het groene leer. Na een kleine minuut was hij tevreden en nam plaats. Uit zijn grote tas kwam een klein flesje. Een penetrante alcohollucht vulde de coupé. Een flinke klodder van het desinfecterende spul wreef hij over zijn handen.

Ik ging tegenover hem zitten en keek naar het boek dat op zijn schoot lag. De Koninginnerit stond er op. De omslag was zuurstokroze en een grote prijsstikker van Albert Heijn sierde de kaft.

4,99 euro.

De man had een ringbaardje en zijn scheiding was donker van de uitgroei. Hij deed me een beetje denken aan Gordon. Een net te strak t-shirt zat in zijn lichte spijkerbroek. Die was versierd met allerlei letters. Een echte tekst kon ik er niet uit halen. Alleen bij zijn gulp stond er een leesbaar woord.

Kruis.

Ik probeerde er niet al te lang naar te kijken, maar intrigerend vond ik het wel. Terwijl de trein gestaag verder reed, liep de schoonmaak-Pool weer langs. Hij hield een grote vuilniszak vast en liep in snel tempo door de coupé, de losliggende blikjes negerend. Ik zag dat de man er ook naar keek. Toen de halfslachtige poetser weg was, keek hij me kort aan.

“Tut, tut, tut, vooral je handen niet vies maken hoor,” zei hij al hoofdschuddend tegen mij. Ik glimlachte vaag. De overbuurman had het niet in de gaten. Die was alweer verdiept in zijn boek.

Ik probeerde naar buiten te kijken, maar de ramen leken bedekt te zijn met een laagje olie. Het beeld was vertroebeld, maar ik durfde het glas niet schoon te vegen. Niet iedereen had immers zakdoekjes in zijn tas. Ik hoopte dat meneer uitgroei het misschien zou zien, maar die was nog altijd geconcentreerd aan het lezen.

Vlak voor station Hilversum begon het opeens ontzettend te stinken. De mestlucht was overweldigend en mijn overbuurman dook met zijn neus in zijn modieuze sjaaltje. Net toen ik twijfelde of ik alvast naar de deur zou lopen, stormde de Pool binnen.

In zijn hand hield hij een bus toiletverfrisser. Na een paar keer flink spuiten, rende hij snel verder. Op zijn route wist hij een broodje filet Américain plat te trappen en een klokhuis te verpletteren.

Zijn laatste stap zette hij op een verdwaald pakje appelsap. Een restje geel vocht spoot naar buiten. Precies op de rechterbroekspijp van de blonde man.

Die vloekte en deed een greep in zijn tas. Ik vluchtte snel naar buiten. Bang om bedwelmd te worden door de combinatie luchtverfrisser en alcohol.

Henk en Ida

2010 april 7
by Mijke Pol

Woensdag 7 april
Locate: Stadsschouwburg Utrecht
Tijd: 19.30 uur

Ik woon om de hoek van de Utrechtse Stadsschouwburg. Dat is niet zo heel ver van het station, maar mijn luiheid dwingt me altijd de bus te nemen. En zo rijd ik iedere dag langs het door Dudok ontworpen theater en werp ik een vlugge blik op de posters van aankomende voorstellingen. Veelal worden die bijna direct na ophangen beplakt met onaardige gele letters.

‘Uitverkocht’.

Waarom je dan nog reclame maakt, is een van de grote mysteries waar ik mij ’s ochtends over kan buigen.

Maar dat terzijde.

Gisteren zag ik zomaar een poster die nog intact was gelaten. Het Nederlands Dans Theater zou de volgende dag optreden. Het leek mij wel eens tijd voor een culturele daad, dus ’s avonds bestudeerde ik samen met een vriendin de website van de schouwburg. Kunst wordt duur betaald, zo bleek.

Dertig euro. Per persoon.

Wij besloten daarop om vanavond precies een half uur voor aanvang van de voorstelling in de rij te gaan staan. Terwijl we wachtten, merkte mijn vriendin scherp op dat Cora Kemperman goeie zaken had gedaan. Ik vond dat de kekke brillenman er ook niet slecht van af kwam.

Dit was echt theaterpubliek. En daar stonden wij zomaar tussen. Alsof we dit iedere avond deden.

Pas bij de kassa werden we onthuld. “We willen graag twee lastminute kaartjes,” fluisterde ik. “Dat is dan 19 euro, mevrouw!” tetterde de dame door de foyer. Er diende gepind te worden en snel haalde ik mijn pasje door het apparaat. De man achter ons stootte zijn vrouw aan. “Jezus Ida, hier hebben wij 60 euro voor betaald. Wij kunnen de volgende keer ook best op het laatste moment gaan.” Ida keek geïrriteerd. “Maar dan kan het ook zomaar zijn dat het al uitverkocht is Henk.” Zijn naam zei ze extra hard en langzaam. Alsof Henk niet helemaal goed was.

“Nou, dat had ik helemaal niet zo erg gevonden,” mompelde hij.

Henk en Ida bleken naast ons te zitten. Ida glimlachte minzaam, Henk stak zijn duim op. “Goed idee dames om pas zo laat een ticket te kopen! Daar zouden meer mensen op moeten komen.” Ik knikte enthousiast en overwoog net of ik wat extra olie op het vuur zou gooien, toen de lampen doofden.

Hoewel we een beetje achter in de zaal zaten, waren de plaatsen perfect. De voorstelling was prachtig en zelfs Ida klapte enthousiast aan het einde. Vriendin en ik snelden bij het laatste klapsalvo de zaal uit om de drukte bij de garderobe voor te zijn.

Bij de uitgang zagen we een bak vol met opgerolde posters. Zonder hinderlijke, gele letters en gratis mee te nemen. Ik dook er enthousiast op af en vond twee mooie exemplaren. Plots stond Henk naast ons. “Joh, Henk, deze zijn gratis. Moet je kijken!” zei ik terwijl ik vriendelijk knikte naar een boos kijkende Ida.

Zijn ogen lichtten op en hij graaide vol overtuiging in de bak. Die zestig euro haalde hij er misschien zo toch nog uit.

Vijf minuten later zag ik hen buiten lopen. Henk met drie posters in zijn hand, terwijl Ida woedend foeterde: “Ik neem jou echt niet meer mee! Dit is om je kapot te schamen. Je houdt niet eens van posters! De volgende keer ga ik wel met de buurvrouw.”

Ik vermoedde dat Henk dat helemaal niet erg vond.

Schokjes van Koen

2010 april 6
by Mijke Pol

Dinsdag 6 april
Traject: Utrecht CS – Hilversum CS
Tijd: 08.58 uur
Vertraging: 0 minuten

Het is dinsdagochtend. Maar deze week voelt die vanwege een extra lang weekend als een maandagmorgen. En dus ben ik in opperbeste stemming. Maandag is namelijk de leukste dag om in de trein te zitten. Reizigers hebben elkaar een paar dagen niet gezien en dus wordt er gepraat.

Heel veel gepraat.

Tegenover mij zitten twee meisjes. Ze zaten er al toen ik instapte. Allebei hebben ze een beker kioskkoffie in hun hand. “Hoe was het zondag met Koen?” Het linker meisje kijkt vragend naar haar buurvrouw. Die wrijft verlegen door haar blonde haar. “Ja het was heel erg gezellig. Hij heeft me een rondleiding door zijn huis gegeven. En dat deed hij zo ontzettend leuk. Hij ging niet gewoon even snel langs de keuken, maar hij trok ieder laatje open. En dan zei hij bijvoorbeeld ‘hier liggen mijn messen en dit is mijn kruidenkastje’. Nou, dat vond ik zó schattig. Net alsof hij wilde dat ik al zou weten waar alles ligt.”

Het andere meisje moet het beamen. “Dat is echt super schattig ja! En wat hebben jullie daarna gedaan?”

De blonde slikt snel haar koffie door. “Nou, toen hebben we samen een filmpje gekeken. Meet the Morgans.”

- “Oh ja, daar heb ik over gehoord! Hoe was die?”

Het blijft even stil. Dan: “We hebben er eigenlijk weinig van gezien.”

De twee giechelen. “Echt waar? Hebben jullie al…? Leuk zeg! Hoe ging dat?”

Ik spits mijn oren. Benieuwd met welke details ik deze morgen word verblijd.

“Nou, ik had een beetje een stijve nek en hij vroeg of ie me anders even moest masseren. Ik moest tussen zijn benen gaan zitten en toen heeft hij me echt heel lekker gemasseerd. Had ie een dvd over gezien. Nou, ik zei natuurlijk dat hij goed opgelet had. Oh, ik viel echt bijna in slaap. Dus toen heb ik gezegd dat we de rollen ook even om moesten draaien. En toen heb ik hem lekker in zijn nek gekriebeld.”

- “Oh, dat vind ik nou zo cute! Ja echt Fem, deze moet je houden hoor. Ik voel het.”

“Grappig dat je dat zegt! Dat idee heb ik dus ook heel sterk. Toen ik zo aan het kroelen was door zijn haar, maakte hij ook allemaal van die schokjes. Echt heel lief!”

Het verliefde meisje kijkt dromerig naar buiten. Terugdenkend aan de schokjes van Koen.

- “En hebben jullie toen in bed of gewoon op de bank, jeweetwel?” Het linker meisje kijkt met een vragende blik naar haar buurvrouw.

Inmiddels rijdt de trein station Hilversum binnen. Ik loop zo langzaam mogelijk naar de deur, in de hoop nog wat informatie op te vangen. Vlak voordat ik uitstap hoor ik de blonde nog kirren: “Maar toen hij dat dus deed, vond ik het zo ontzettend schattig!”

En opeens had ik de wens bij Koen in de trein te zitten. Benieuwd hoe hij de avond met een vriend zou bespreken.

Vader en dochter

2010 april 2
by Mijke Pol


Vrijdag 2 april
Traject: huis ouders – Den Bosch CS
Tijd: 11.00 uur
Vertraging: 0 minutern

Het was vanmorgen een herrie van jewelste. Een percussionist sloeg enthousiast op zijn bekkens, iemand speelde afwisselend op de tuba of fluit en een elektrische gitaar zorgde voor snoeiharde uithalen.

En het was pas zeven uur in de ochtend.

Gisteravond was ik ook al met die kabaalmakers naar bed gegaan. Mijn eigen Kleintje Pils liet toen om de vijf minuten zijn klanken horen. De pauzes waren gelukkig net lang genoeg om in slaap te vallen. Maar vanochtend was het stel alweer in volle sterkte aan de gang.

Mijn vader gokte dat het een oorontsteking was. Ik kon hem de eerste drie keer niet verstaan, omdat de drummer net de grote trom ontdekt had. Toen ik hem begrepen had, schudde ik vertwijfeld mijn hoofd. Ik wist haast zeker dat dit nooit meer weg zou gaan. Had ik net een televisie-uitzending over gezien. Tinitus heette de kwaal. En genezing was er niet.

U begrijpt, ik zag het zonnig in.

Toen we een paar uur later gezellig samen in de auto zaten, had mijn vader een oplossing. Hij haalde een cd tevoorschijn. “Dit is een compilatie. Met al mijn favoriete nummers. Zoek ik gewoon even de meest harde eruit. Die komen wel over jouw eigen dweilorkest heen.” Ik vond het een goed idee.

En dus knalden de sixties door onze auto. Mijn vader kon alles meezingen. Dat heeft ie altijd al gekund. Toen ik nog klein was, ging ik vaak met hem mee naar de kroeg of concertzaal. Terwijl hij beschermend zijn handen over mijn oortjes legde, luisterden we samen naar de nieuwste muziek. Ik had dan geen idee waar die vreemde Engelse zanger over zong, maar ik vond het altijd erg stoer als hij daarna met mijn vader ging praten.

Al snel leerde ik dat dit interviews waren. Mijn vader was namelijk popjournalist. En wanneer ik vrij was van school, mocht ik mee. Aan papa’s hand beroemdheden interviewen. En na afloop vertelde mijn vader dan waar de liedjes over gingen en wat die aardige zangeres tegen mij gezegd had.

Het is al lang geleden dat ik in pyjama op zijn schoot zat, terwijl hij midden in de nacht naar Amerika belde. Inmiddels gebeurt dat niet meer. Ik werd groter en mijn vader stopte met zijn werk als journalist. Wat overbleef, is haast een enge hoeveelheid kennis over de muziekgeschiedenis.  

Zo komt het regelmatig voor dat ik mijn vader bel wanneer ik een leuk liedje hoor. Met de telefoon sta ik dan naast de radio. Even later hoor ik de titel, de band en de overige informatie. Vooral dat laatste kan zo tien minuten duren. De ex-journalist heeft namelijk het talent ook alle roddels en persoonlijke relaties te onthouden. Oh, en het komt regelmatig voor dat er nog snel aan toegevoegd wordt: “maar je weet toch wel dat dit liedje gejat is hè? Tien jaar eerder speelden die en die dat al. Dat was overigens in een tijd dat ook…”

U snapt het.

Maar deze morgen was er geen tijd voor extra informatie. Non-stop volgde de ene hit op de andere. Het was weer even net alsof we bij een goed concert zaten. Ik staand op een barkruk en hij zorgzaam ernaast.

Na een minuut of tien merkte ik dat de muziek ook bij Kleintje Pils in de smaak viel. Het orkest in mijn oor speelde enthousiast mee. Nog in de maat ook.